3 Situering opdracht
De bedoeling van deze opdracht is dat we web 1.0, web 2.0 en web 3.0 met elkaar vergelijken. Wat zijn hun verschillen en wat zijn de vooruitgangen? Hieronder zal ik elke fase uitwerken en een voorbeeld bij geven.
3 Resultaat opdracht
Voor we de 3 internetfases kunnen overlopen moeten we ze eerst allemaal eens apart bekijken. Hier heb je de verschillende fases met daarbij elk een voorbeeld.
- Web 1.0 is de eerste fase en wordt beschoud als het web van documenten. Tijdens deze fase konden de gebruikers enkel sites bekijken, maar konden ze er niet op reageren. Er was dus geen interactiviteit en de communicatielijn ging maar 1 kant op. Alle informatie was niet dynamisch en de informatie werd maar af en toe bijgewerkt door de webmaster. Web 1.0 is dus een manier om informatie te presenteren, niet om met die informatie iets te doen. Een voorbeeld waarbij web 1.0 nog altijd gebruikt wordt is www.startpagina.nl. Hier vindt men veel informatie over vanalles en het enige dat je kan doen op deze site is een woord of zin aanklikken die je dan linkt naar een andere site. Er is dus zeer weinig interactiviteit, er wordt enkel informatie meegedeeld.
- Web 2.0 is de fase die volgt of web 1.0. Ze bestaat uit een verzameling van factoren die het web dynamischer maken. User generated content is het centrale woord bij web 2.0. Dit wil zeggen dat internetgebruikers zelf informatie op het net kunnen plaatsen. De bezoekers van de website kunnen dus zelf de informatie beheren. Sociale media is hier een zeer goed voorbeeld van. Enkele voorbeelden hiervan zijn Facebook en LinkedIn. Youtube is het beste voorbeeld dat we kunnen geven bij web 2.0. Mensen kunnen zelf de video's kiezen die ze willen bekijken en ze kunnen er ook hun eigen video's uploaden. Je kan er zelfs je eigen account aanmaken waardoor je video's kan liken of erop reageren. Elk uur heeft youtube 41 miljoen kijkers en iedere minuut wordt er voor ongeveer 24 uur aan videomateriaal gepost.
- De laatste fase die tot nu toe bestaat is web 3.0 of het semantische web. Dit web zit zeer complex in elkaar. Het doel van de semantiek is het op een zodanige manier uitdrukken van informatie dat niet alleen mensen, maar ook software er goed kan mee omgaan. De machines moeten leren lezen in de plaats van enkel begrijpen. Hiermee wordt bedoeld dat de machines een grotere betekenis zal krijgen voor de gebruiker bij zoekopdrachten omdat de resultaten veel gerichter zullen zijn en veel beter zullen aansluiten met de vraag. Een andere grote verandering zal zijn dat bij zoekopdrachten de documenten over zullen schakelen naar entiteiten. Dit zorgt voor een compleet ander niveau van informatievoorziening. Een voorbeeld hiervan is dat je bijvoorbeeld een reis plant naar India via TripIt. Daarna typt de persoon het woord 'vakantie' in in Google. Via die semantische opslag en uitwisseling van gegevens is het reisdoel en de reisdatum bekend.Google gebruikt deze vergaarde informatie en toont vervolgends Google Adwords advertenties met aanbiedingen van reizen naar India die beschikbaar zijn op de gewenste vertrekdatum.